In ons bakblik zijn bovenstaande ingredienten voldoende voor 6 pasteis. Als jouw formaat bakblik/bakje groter of kleiner is, kan dit wat afwijken. Wij hebben eerder siliconen bakjes geprobeerd, maar dit voegt niets toe en lijkt minder lekker.
Vet het bakblik in met een klein beetje (room)boter. Duw een plakje bladerdeeg per pasteis in elk van de bakjes in het bakblik. Zorg voor een klein opstaand randje en snij het overtollige bladerdeeg weg. Zet het bakblik in de koelkast.
Meng voor de custard de suiker met de bloem in een (beslag)kom. Zorg dat alles goed gemixed is en er geen klontjes meer in zitten.
Zet een steelpannetje op het vuur en giet hier de melk in. Warm langzaam op. Schil de citroen met een dunschiller. Wij hebben ongeveer 4 reepjes nodig. Doe de citroenreepjes samen met het kaneelstokje in de melk. Breng dit mengsel rustig aan de kook.
Doe, zodra de melk kookt, het suiker/bloem mengsel beetje bij beetje bij de melk, terwijl je met een garde constant blijft roeren. Stop pas met roeren als de custard de gewenste dikte heeft (beetje als vla). Zet het vuur uit en laat het custardmengsel rustig afkoelen.
Scheid ondertussen de eieren. Je hebt enkel het eigeel (de dooiers) nodig. Pak een kommetje en klop het eigeel even los. Zet apart totdat het custard mengsel voldoende is afgekoeld. Als je de dooiers in te warme custard doet, dan stollen deze en krijg je een dikke, vieze substantie.
Zodra het custard mengsel lauw warm is kun je de eierdooiers erdoor roeren. Nu veranderd de custard qua kleur en wordt hij mooi gelig. Haal de citroenreepjes en de kaneelstokje(s) uit de custard en gooi deze weg.
Doe het custard mengsel in het bakblik. Vul de vormpjes tot een klein stukje onder de rand (zodat ze niet overlopen tijdens het bakken).